Op een rollenbank staat de auto met de aangedreven wielen op zware stalen rollen. Spanbanden houden hem op zijn plaats en een grote ventilator zorgt voor koeling. In een vaste versnelling geeft de bestuurder vol gas, van laag tot hoog toerental.
De bank meet de kracht die de wielen op de rollen overbrengen en berekent daaruit vermogen en koppel over het hele toerengebied. Het resultaat is een curve, geen los getal: je ziet waar de motor sterk is en waar hij inhoudt.
Omdat de omstandigheden meetellen, herhalen we een run tot de waarden stabiel zijn. Pas dan vergelijken we.





